Korte verhalen

Het reuzenrad en de tompoes

Werk“Heb je misschien zin om te komen werken bij ons gezellige team in de dementenzorg?” Ik heb geen werk en de rekeningen stapelen zich zorgelijk hoog op, maar ik ben niet direct overtuigd.

Een tikkeltje uit het veld geslagen kijk ik Greta aan die mij zojuist deze vraag heeft gesteld. “Dementen,” herhaal ik en ik krijg er niet zo’n goed gevoel bij. Ik kan me er ook helemaal niets bij voorstellen. Ik heb heel veel andere dingen aan mijn hoofd en dat zijn zeker geen demente bejaarden!
Ik vertel Greta dat ik erover na zal denken. ”Als je dit nu niet ziet zitten,” gaat Greta verder, “dan heb ik wel een adresje van een oude dame. Ze is vierentachtig jaar, woont alleen en is alleen af en toe in de war. Je kunt vier uur per week het huis aan kant maken en haar wat opvrolijken. Ik zou het doen als ik jou was.”
Met een enorme grijns kijkt ze me aan. Ik laat mijn gedachten er even over gaan en denk terug aan die tijd dat Greta en ik jonge meiden waren. Ik had grote ideeën over het leven. Beroemd en berucht zou ik worden. Ik zou schitteren op de catwalk, aan elke vinger een man.

Nee, ik had echt geen idee dat er nog meer in de wereld zou zijn dan plezier maken. We hebben in onze jonge jaren heel veel plezier gehad. Uiteindelijk scheidden onze wegen. Ik ben verder gaan dromen, maar Greta was de verstandigste, zij koos een vak.
Ik droomde over de prins op het witte paard, liefde en roem die ik zou krijgen. Het is uiteindelijk bij dromen gebleven. De liefde is nog steeds niet in die mate gekomen en de prins op het witte paard heeft de weg naar mij ook niet gevonden.
Mijn moeder die mij op dagen dat ik weer eens diep in mijn gedachten zat op haar manier dan wakker schudde. Dat deed ze op een manier zoals alleen maar mijn moeder dat kon. Op een van die momenten ging ze in een voorover gebogen houding staan, dicht bij mijn oor en fluisterde: ”Sofia toch, wat moet er van jou terecht komen? Op school gooi je er met je pet naar, je luistert niet naar mij, wat moet ik toch met je aan? Meisje, dromen zijn bedrog! Je moeder heeft ook dromen gehad, maar je zult hard moeten werken om te kunnen overleven en daar heb je toch echt ook een schoolopleiding bij nodig!”

Na deze woorden keek ze me met een vreemde blik aan en ik zag dat ze eigenlijk verder had willen dromen dan ze mij wil laten geloven. Maar ik kon niet tegen haar op, ze was mijn moeder.
Ik kijk nog steeds in de ogen van Greta en neem een besluit. “Oké, ik wil het gaan proberen bij die mevrouw die nog in haar huisje woont.”
”Zie je wel,” lacht Greta, “zo erg is het nou ook weer niet.”
“Ja, dat zegt jij. Jij zet al jaren mensen aan het werk! Ik heb geld nodig. Ik kan niet anders dan werkster zijn.”
”Nou zeg, pas op je woorden, hoor! Elk vak heeft zijn charmes en vergeet niet dat elk mens van welk kaliber ook, hetzelfde is!” Ik knik en heb zo mijn eigen gedachten.
Nadat Greta me alles heeft uitgelegd en de nodige papieren heeft laten ondertekenen, stap ik het kantoor uit waar ik die ochtend met heel andere intenties binnenstapte.

 

Mevrouw Grutjes

Een week later bel ik aan bij een klein huisje in een gezellige volksbuurt. Na twee minuten gewacht te hebben, bel ik nogmaals aan. Het duurt nog even, maar dan gaat de deur op een kiertje open en zie ik een oude dame in een ochtendjas staan. Ze kijkt me aan met een blik waarop ik me eigenlijk direct zou willen omdraaien, maar ik blijf staan. ”Dag mevrouw,” stamel ik.
De vrouw kijkt me aan alsof ik van een andere planeet afkomstig ben. “Wie bent u en wat komt u doen?” Ik leg haar uit dat ik vandaag bij haar zal komen schoonmaken.
“Bij mij schoonmaken? Hoe komt u hier nou toch bij? Hoe verzint u het?” Enigszins uit het veld geslagen, weet ik even geen antwoord op haar vragen te geven. Dan draait de stemming van de vrouw om en in plaats van vragen te stellen, vertelt ze me nu dat ze de enige overlevende is, iedereen om haar heen is dood.
Ik krijg medelijden met de vrouw en vraag haar of ze het goed vindt dat ik even bij haar binnenkom. Ze vindt het goed en ik loop achter haar aan naar binnen.

Binnen is het een enorme chaos van papiertjes en kleding. Het is de oude dame opgevallen dat ik met een verbaasde blik naar al de rommel om mij heen kijk. “Ik ben aan het inpakken, ik ga namelijk op vakantie. Jazeker, ik ga naar mijn man die is overgeplaatst naar Frankrijk. Hij werkt voor de geheime dienst.”
Ik val van de ene verbazing in de andere. Ik luister en vraag of ik haar een beetje kan helpen. Ze vindt het goed en na tien minuten zijn we samen aan het opruimen. De dame vindt het heerlijk om op deze manier bezig te zijn en ik zie de lol er nu ook wel van in.
Het is een heel andere wereld, een wereld waar ik nog nooit bij stil heb gestaan. Het maakt me blij en dat is een heel plezierige nieuwe ervaring.

Mevrouw Grutjes, zo heet de dame van stand. Dat maakt ze me keer op keer duidelijk. Ik ben gewoon de werkster en zij is een dame van stand. De rest van de ochtend is het gebleven bij vragen en antwoord geven. De kleding die overal verspreid lag, heb ik netjes op een stapel gelegd.
Mevrouw Grutjes vertelt zeer blij te zijn met een werkster als ik. Ze heeft namelijk ook heel andere ervaringen: ”Dieven waren het, allemaal dieven. Ze hebben zelfs mijn allermooiste beeldje gepikt. Ja, ze dachten dat ik dement was, maar ik zag het echt wel!”
Ik laat haar uitpraten en begrijp dat mevrouw van de ene in de andere wereld stapt. Ik geef haar een kus op de wang en zeg dat ik volgende week terug zal komen: ”Oh leuk, dan zie ik u morgen.” Lachend sluit ik de deur achter mij.

 

De Bijenkorf

De week erop doorsta ik eerst de hele riedel die ik standaard voorgeschoteld krijg. Deze riedel bestaat uit: ”Goedemorgen mevrouw, ik ken u niet. Wat komt u doen? Weet u zeker dat u hier moet zijn?”
Na deze vragen stap ik naar binnen. Ik leg mijn jas op de stoel en begin een boterhammetje te maken voor mevrouw Grut. Haar voornaam luidt Thereza. Ik mag haar af en toe Thereza noemen. Dat is meestal als we samen aan de koffie met een tompoes zitten. Tompoes eten bij Thereza is een feest op zich. We zitten samen aan de eettafel. Dan begint ze te vertellen. Haar gezichtsuitdrukking wordt warm en liefdevol neemt ze me mee in haar verhaal.

We gaan naar de Bijenkorf, want in haar jonge jaren was zij daar een graag geziene gast. We gaan terug naar zo’n vijftig jaar geleden, een tijd die volgens Thereza onbezorgd en zeer aangenaam was. Een kopje koffie was van zeer goede kwaliteit en de prijs was nog gewoon een gulden. Met kerstmis waren de etalages een levend sprookje. Prachtig hoe de Bijenkorf dit allemaal voor de vaste klanten deed. Want volgens Thereza werd dat alleen voor de vaste klanten gedaan. Ja Sofie, dat waren tijden. Ik kon op zicht kopen. Dan droeg ik het een dag en bracht ik het gewoon weer terug.
“Oh!” Ik sla mijn handen voor mijn mond en zie in mijn gedachten een jonge Thereza die kleding op zicht koopt.
“Weet je, Sofie, mijn man had een goed salaris, maar hij was aan de andere kant zo saai! Ja, en dan is shoppen een goede remedie om de tijd te verdoen. U hebt mijn man ook gekend. Ja, nu weet ik het weer. U was de buurvrouw van drie hoog achter. U keek zo op onze bungalow!” Verbaasd kijk ik haar aan. Omdat ze zo ontzettend serieus kan praten, geloof ik haar keer op keer en eigenlijk vind ik het wel heel fijn om mee te gaan in Thereza’s wereld.

Het is alweer vier weken geleden dat ik bij mevrouw Grut binnenstapte. Ze heeft heel snel mijn hart veroverd. Op een dag na het verorberen van onze wekelijkse tompoes neemt ze me mee naar boven, helemaal de vliering op. Ik loop wat ongemakkelijk achter haar aan de trap op. Ze is met haar vierentachtig jaar niet meer zo soepel en ik bereid me erop voor om haar zo goed mogelijk op te vangen als zij onverhoopt zou vallen.
Ze kijkt achterom en zegt: ”Kijk uit, hè!”
We moeten de vlieringtrap uitschuiven en dat is duidelijk een klus voor mij. Thereza doet een stapje naar achteren en laat mij de trap op een wel heel ongemakkelijke manier uitschuiven. Na een aantal pogingen is de trap eindelijk uitgeschoven. Thereza staat erbij en kijkt ernaar. Ze stapt als eerste de steile trap op. Ik vind het best eng. Na de tiende trede bereikt mijn hoofd de vliering. Thereza heeft zich al veilig neergezet tussen al de kledingstukken die overal liggen en hangen. Het is een walhalla aan Bijenkorfkleding. Met open mond van verbazing ga ik naast Thereza staan. “Ja, ja, dat had je niet gedacht, hè. Jij bent ook de enige die in mijn schatkamer mag komen.”
Ze loopt naar een rek waar zeker drie bontmantels hangen. ”Zijn die allemaal echt?” stamel ik. “Ja, wat denk jij dan? Dat ik kunst draag?”
Ik ga er niet verder op in, want ik begrijp binnen enkele seconden dat Thereza en ik hier totaal anders over denken. Wijselijk houd ik mijn mond en loop naar een stapeltje zijden bloesjes. Ik pak ze op en probeer haar aandacht naar de bloesjes te krijgen. Maar mevrouw Grut heeft zich in een bontmantel gehesen en kijkt me triomfantelijk aan.
“Mooi”, zeg ik. Dat is het enige wat er uit mijn mond komt. En wonder boven wonder begrijpt ze mijn korte antwoord. Ze trekt de mantel uit en hangt hem zorgvuldig terug in het rek. Ze pakt een bloesje van de stapel en vraagt of ik er een zou willen passen.
“Echt waar?” Ik kijk helemaal verrukt naar al die prachtige zijden bloesjes en dat is mevrouw Grut niet ontgaan. Ik sta voor de spiegel en zie een Sofie in een tomaatrode zijden bloes. Hij zit als gegoten.
“Kind, wat zie je er mooi uit. Dat is zeker lang geleden dat je zo’n dure bloes aan hebt gehad.”

Mevrouw Grut kan zo verschillend zijn, ze is op dit moment erg autoritair. Ik laat het gebeuren, want in de praktijk is gebleken dat ze zo kan veranderen in een lieve oude dame. Ik merk dat mevrouw Grut er ook schik in krijgt en zie dat ze zich in no time ook aan het verkleden is. Er ligt van alles. Zeker veertig verschillende rokken, maar ook een roze petticoat. Ze trekt deze aan door er in te stappen, want over haar hoofd trekken lukt niet meer, en trekt het dan omhoog.
Geamuseerd kijk ik naar de vrolijke oude dame van stand. “Kijk eens!” En ze neemt een pose aan alsof er een fotograaf voor haar staat. Het is een kostelijk gezicht en ik doe alsof ik nu de fotograaf ben.
We spelen als twee kinderen boven op zolder met de verkleedkist van de dame des huizes. Zingen kan Thereza ook en ik vind het steeds leuker worden. Ze vertelt me over vroeger, hoe alles anders en veel leuker was. Ik ben helemaal in de ban van 1950.

Na een poosje wordt Thereza moe en wil ze naar beneden. Ja, naar beneden, denk ik, dat zal zeker moeilijker zijn dan naar boven klimmen. Ik loop naar het gat waar de trap aan vastzit. Mevrouw Grut vraagt of ik deze keer als eerste naar beneden wil gaan. “Als jij op de derde trede staat, kun je mij even helpen om de juiste stand te vinden om naar beneden te lopen.
”Ik denk er geen moment over na en doe wat Thereza wil dat ik doe. Heel voorzichtig laat ik mij zakken tot op de derde trede. Thereza draait zich om en ik moet haar voet op de juiste trede neerzetten. Het zweet breekt me aan alle kanten uit. Thereza glimlacht alleen maar.
Na drie uitputtende minuten zijn we van de vlieringtrap af. Ik veeg de druppeltjes zweet van mijn voorhoofd. De volgende trap naar beneden kunnen we godzijdank gewoon aflopen. Aan deze trap zit een leuning en daar houden we ons aan vast.

Het was enerverend om dit te beleven met een vrouw als mevrouw Grut. Het heeft me zoveel wijzer gemaakt. Het leven bestaat uit meer dan alleen maar lol. Er bestaat ook ander plezier en in 1950 was het volgens mij supergezellig! Ik zet nog een kopje thee voor Thereza en dan vertrek ik weer naar huis. Ik geef haar een kus en vertel haar dat ik er volgende week weer voor haar zal zijn.

De kermis

In de week dat ik thuis ben, betrap ik mezelf erop dat ik constant bezig ben met mevrouw Grut. Ik tel de dagen af en ik besluit om zelf tompoezen te maken en deze voor haar mee te nemen. Ik droom zelfs van de Bijenkorf. Een Bijenkorf van lang geleden, waar men op zicht kocht. Het enige verschil met nu is dat vaste klanten toen het jurkje mee mochten nemen zonder te betalen.
Het is eigenlijk hetzelfde als nu, wanneer je online koopt. Maar goed, de charme van een Bijenkorf in 1950 is niet te vergelijken met een internetbestelling anno 2014.

Ik heb tien tompoezen gemaakt. Morgen zal ik ze meenemen, want morgen is het Thereza-dag. Onderweg naar haar zie ik dat er een kermis is neergezet. Geen grote, maar wel een met botsautootjes, een reuzenrad en suikerspinnen. Ik denk dat ik het wel heel leuk zou vinden om met Thereza naar de kermis te gaan. Ze loopt nog goed en als ik haar in de gaten houd, zou het wel eens een heel leuke dag kunnen worden.

Op de deurbel drukkend en helemaal in de ban van de kermis gaat de deur open en zie ik Thereza helemaal aangekleed in de deuropening staan. “U bent al helemaal aangekleed?”
De uitdrukking op mijn gezicht doet Thereza glimlachen. Ze pakt me bij de arm en trekt me in haar enthousiasme naar binnen. Ze stelt me direct een totaal andere vraag als ik gewend ben. Ze kijkt vrolijker dan ooit tevoren en ik bespeur een twinkeling in haar ogen die ik nooit eerder heb gezien. ”Sofie,” ze kijkt me ernstig aan. ”Zou jij met mij naar de kermis willen?” ”Naar de kermis?” Ik kijk haar aan en vraag me af of Thereza gedachten kan lezen.
Op de weg hiernaartoe zijn mijn gedachten alleen maar bij de kermis geweest, en nu dit?! ”Weet u zeker dat u met mij naar de kermis wilt?”
”Helemaal zeker, kind!” Mevrouw Grut klapt erbij in haar fragiele handen. “Waarom denk je dat ik al helemaal ben aangekleed! Kom opschieten, we gaan direct weg!”
Ik ben helemaal onder de indruk. Ik zie een heel andere Thereza. Een oude dame in een pantalon en een rode zijden bloes, het haar in een vlecht die op haar hoofd is vastgespeld.
Het ziet er perfect uit. Ik krijg er nu ook enorm veel zin in. Ik leg de tompoezen in de koelkast en vertel haar dat we, zodra we terug zijn, ervan zullen smullen.

Dan lopen we samen richting kermis. Bij aankomst worden we helemaal blij van de muziek en de geluiden die ons tegemoet komen. Ik vraag me af of deze geluiden niet te hard zijn voor Thereza, maar niets lijkt haar te storen.
Ze trekt me naar het reuzenrad. Ik vind dit niet een heel goed idee, maar toch zal ik haar moeten volgen, want ik laat haar in geen geval alleen in dat rad stappen. Er wordt ons gevraagd of het zeker is dat we erin willen. Mevrouw Grut zet haar pokerface op en binnen drie tellen zitten we samen in het reuzenrad. Als het eenmaal zachtjes begint te draaien, voel ik kippenvel op mijn armen. Ik ben een beetje bang. Stel dat Thereza nu opeens beseft dat ze in een reuzenrad zit.

Ik vind haar vandaag verschrikkelijk stoer. Ze neemt snel mijn angst weg en begint te vertellen terwijl we zachtjes naar boven draaien. Ik kijk niet naar beneden uit angst om nog duizeliger te worden dan ik nu al ben. Maar door haar verhaal vergeet ik mijn duizeligheid.
Ze vertelt dat ze als jong meisje nooit naar de kermis mocht, want dat was voor een ander soort mensen. Hoe ze haar best ook deed, ze mocht niet.
Maar Thereza had daar wat op gevonden. Ze kende een meisje. Dat meisje kwam uit een heel ander gezin dan zij. Het waren minder bedeelde mensen, maar volgens Thereza was er bij deze mensen veel meer saamhorigheid. Stiekem ging zij met dat meisje naar de kermis.
Met dat meisje “Weet je, Sofie, dat haar naam net als die van jou is, ze heette ook Sofie”, zat ze heel vaak in het reuzenrad. Want daar bovenin kon je de wolken voelen. De rust die ze daar beiden voelden ver weg van het strenge regime van Thereza’s ouders was overweldigend.

Ze gingen vaker naar de kermis, totdat haar moeder erachter kwam en op een of andere onverklaarbare manier heeft ze Sofie nooit meer gezien. Ik zie tranen van verdriet in de ogen van Thereza. Ik sla een arm om haar heen en zie dat we alweer aan de daling zijn begonnen. Dat geeft mij enige verlichting.
Dan staan we weer op de vaste grond. Ik zou veel meer willen vragen over de Sofie van Thereza, maar ik laat het erbij. We gaan een suikerspin kopen.
Het is een stralende dag en ik amuseer me kostelijk met mevrouw Grut. Ik zie een heel andere kant van haar. Ze vertelt ook over haar strenge maar rechtvaardige vader. Hij heeft haar naar een kostschool gestuurd. Daar heeft ze geleerd hoe een dame zich moet gedragen, maar diep vanbinnen zit een meisje waar zij alleen van weet.
Heel af en toe komt het meisje uit haar schuilplaats. We lopen als twee tevreden vrouwen over de kermis en genieten van alle geluiden om ons heen. Ik voel me Sofie, het vroegere vriendinnetje van mevrouw Grut.

Na zeker vier uur met af en toe een rustmoment is het genoeg geweest en keren we terug naar huis. Thereza is nog helemaal in de ban van de kermis. Eenmaal thuis gekomen, dek ik de tafel en pak de overheerlijke tompoezen uit de koelkast. Thereza pakt de zelfgemaakte slagroom en dan zitten we te genieten van het heerlijke gebak.
”Heb je die echt helemaal zelf gemaakt?” Ik hoor ongeloof in haar stem.
”Jazeker, ik kan nog wel meer dan alleen maar stofzuigen.“ Mevrouw Grut kijkt me aan bij deze woorden en zegt streng: ”Het maakt niet uit wat je kunt, het gaat erom wie je van binnen bent. Als alles vanuit je hart komt en je een zuiver geweten hebt, Sofie, dan is het goed. En jij, kind, jij, kind, jij bent mijn vriendinnetje Sofie.” En bij deze lieve woorden knijpt ze me liefdevol in mijn arm.

 

Sofie, de vriendin van Thereza

Ik ben nog een aantal keren bij Thereza gaan schoonmaken en ook de tompoezen stonden altijd op tafel. Op een dag is mevrouw Grut heengegaan. Ze heeft geen lang ziekbed gehad. Ze ging met een glimlach op haar gezicht. En ik ben het jaar erop naar de kermis gegaan en alleen in het reuzenrad gestapt met in mijn gedachten Thereza. Een oude dame van stand die ik altijd in mijn hart mee zal dragen. Sofie en Thereza, het reuzenrad houdt ze bij elkaar.